Zonwerend glas

Wie aan zonwering denkt, krijgt toch al snel het beeld van zonneschermen, screens en luxaflex voor ogen. Maar er bestaat natuurlijk tegenwoordig ook zonwerend glas. Dat beperkt het binnenkomen van zonnewarmte, maar laat wel genoeg daglicht binnen. Het houdt je huis koeler en het bespaart energie, zeker als het om een groot raam gaat. 

Er bestaan twee soorten: bij de ene soort brengt men een dun metaallaagje op het glas aan. Dat laagje weerkaatst een deel van het zonlicht. Met name infrarode warmtestraling. Omdat het glas een lichte spiegeling aan de buitenkant heeft, is het bij een woonhuis meestal niet zo mooi om te gebruiken. Het wordt dan ook vaker gebruikt bij kantoorgebouwen.

De andere soort is absorberend glas. Dat heeft iets een tintje (blauwgroen, brons, grijs of groen). Deze soort heeft een wat zachtere uitstraling en gebruikt men vaker voor woonhuizen.

Een combinatie is ook mogelijk, bijvoorbeeld in triple glas. In dat geval voegt men ook nog een low-E-coating toe (lage emissie). Die coating houdt de warmte ’s winters juist binnen. Zo heb je het beste van twee werelden.

Voordeel is dat het glas 60 tot 80% van de binnenkomende warmte vermindert en je interieur tegen verkleuring door UV-licht beschermt. Vroeger kwam er bij zonwerend glas er iets minder daglicht naar binnen. Bij de moderne soorten is daar gelukkig nauwelijks meer sprake van.

Dus als je grote ramen op de zonkant hebt, is zonwerend glas zeker een overweging waard. Laat je adviseren door de mensen van Seuren. Zij weten er alles van.