Glas in de middeleeuwen

Hoewel wij het bestaan van glas als vanzelfsprekend beschouwen, zat men in de middeleeuwen of in de kou, of men spande huiden of waspapier voor de openingen in de muur. Of men deed de luiken dicht, maar ja, dan zat je in het donker. Alleen hele rijke mensen konden zich vensterglas veroorloven, want glas was door het ingewikkelde productieproces erg duur.

Want hoe ging men te werk? Men blies een grote bol van gesmolten glas en daarna werd die bol aan een kant opengesneden, om vervolgens aan een stok heel snel rondgeslingerd tot een grote ronde schijf. Die schijf liet men afkoelen en werd vervolgens in kleine stukjes gesneden. Grote oppervlakken vensterglas waren dus niet mogelijk. Men zette de kleine stukjes vensterglas in een raamwerk aan elkaar

Een andere techniek was om een lange holle cylinder van gesmolten glas te blazen, waarvan de beide uiteinden werden afgeknipt. Die cylinder werd vervolgens over de lengte opengesneden en in een hete oven gelegd, waardoor hij afplatte tot een glasplaat die daarna tot het juiste formaat werd gesneden. Met deze techniek waren iets grotere oppervlakken mogelijk.

Leuk toch, om te bedenken als je lekker comfortabel achter je triple glas zit en naar buiten kijkt.